Heilige gezangen. Herkomst, ontwikkeling en receptie van de lofzangen in het psalmboek van Dathenus en de ‘Eenige Gezangen’ in de Staatsberijming van 1773.

39,95

Beschrijving

Hardcover, 623 pagina’s.

Wél psalmen in de eredienst, geen gezangen. Dat is sinds de zestiende eeuw in de calvinistische traditie in Nederland de gangbare visie op het kerklied. Psalmen komen uit de Bijbel en hebben daarom goddelijk gezag. Gezangen daarentegen zijn meestal vrije liederen en kunnen dus ketterijen bevatten. Die moeten daarom geweerd worden uit de eredienst. Het is een gulden regel die nog altijd van kracht is bij orthodox-gereformeerden in ons land.
Toch kennen ook de Nederlandse calvinisten een gezangentraditie. Sinds de Staatsberijming van 1773 hebben zij in hun psalmboek een collectie van twaalf ‘Eenige Gezangen’. Die collectie gaat terug op de reeks lofzangen die sinds 1566 in het psalmboek van Petrus Dathenus staat.
In deze studie wordt beschreven hoe deze collectie ‘Eenige Gezangen’ in een periode van ruim tweehonderd jaar ontstaat. Daarnaast staat de vraag centraal waarom déze gezangen voor orthodoxe gereformeerden wel acceptabel zijn, terwijl alle overige gezangen worden afgewezen. Gaat het hier misschien om ‘heilige gezangen…?